Deel X: Het wonder daaronder | Menstruatiecyclus

19-03-2018 | 08:00

Alles over de menstruatiecyclus

In de vorige blog heb je kunnen lezen welke hormonen nodig zijn om ongesteld en zwanger te worden. Nu je deze informatie hebt kunnen we dieper in gaan op de menstruatiecyclus.

Wikipedia definieert het begrip ‘menstruatiecyclus’ als volgt:
“De menstruatiecyclus is een periodieke verandering in het lichaam van de geslachtsrijpe vrouw tussen de puberteit en de menopauze. De cyclus heeft te maken met de eicelrijping en het klaarmaken van het lichaam voor mogelijke zwangerschap. De menstruatiecyclus heeft dus te maken met de vruchtbaarheid van de vrouw.”

De follikelfase
Een normale cyclus bestaat uit 23 tot 35 dagen en kan per vrouw en zelfs per maand verschillen. In deze blog gaan we uit van een cyclus van 28 dagen, om het niet te ingewikkeld te maken. De menstruatiecyclus kan in 2 fasen worden verdeeld: de follikelfase en de luteale fase. De eerste 14 dagen van de menstruatie zit je in de follikelfase en dit merk je meteen, omdat je aan het begin van een nieuwe cyclus ongesteld wordt. Dit houdt in dat je begint met bloeden. Dit houdt ongeveer een week aan, maar ook dit verschilt per vrouw. In de vorige blog is duidelijk geworden dat het follikelstimulerend hormoon zorgt voor de rijping van de eicel. Dit is dan ook precies wat er gebeurt in de follikelfase: er komt een follikel maar daarin een eicel tot rijping en deze wordt klaar gemaakt voor een eisprong. Rond dag 14 vindt deze eisprong plaats en begint de luteale fase. Tussen de eisprong en de eerste dag van de volgende menstruatie zit altijd 14 dagen. Het lichaam heeft 2 weken nodig om uit te zoeken of het wel of niet zwanger is.

Hormonen in de menstruatiecyclus
Op de eerste dag van de cyclus gebeurt er al veel in het lichaam: De baarmoeder begint met het uitstoten van het baarmoederslijmvlies, waardoor de hoop op een bevruchte eicel verdwijnt. Op dat moment begint de hypofyse (het zakje in de hersenen waar het follikelstimulerend hormoon wordt gemaakt) met het produceren van het follikelstimulerend hormoon. De hersenen maken zich tijdens de menstruatie dus al op voor een volgende kans op een zwangerschap.
Alle eicellen liggen in zogeheten follikels en deze gaan groeien wanneer het follikelstimulerend hormoon wordt aangemaakt. Wanneer deze gaan groeien, gaan de follikels oestrogeen produceren en hoe groter ze worden, hoe meer oestrogeen er te vinden is in het bloed. Het oestrogeen zorgt er voor dat het slijmvlies in de baarmoeder groeit. Het is dus zo dat de baarmoeder na het bloeden zich meteen weer klaar maakt voor het ontvangen van een bevruchte eicel.

Hoe vindt een eisprong plaats?
Zoals al eerder aangegeven wordt je 14 dagen na de eisprong ongesteld, maar wat houdt zo’n eisprong nu precies in? Tijdens de menstruatie begint de hypofyse dus met het aanmaken van het follikelstimulerend hormoon, waardoor de follikels groeien. Wanneer we bij dag 14 van de menstruatiecyclus aankomen is de vorm van de follikel veranderd: het is nu een uitpuilende, met vloeistof gevulde ballon. Deze ballon staat op knappen. De follikel geeft nu zoveel oestrogeen af aan het lichaam waardoor het oestrogeen peil torenhoog is. Dit is het moment waar de hypofyse op heeft gewacht, want nu beginnen de hersenen met het maken van het luteïniserend hormoon. Dit is het eisprong-hormoon waarover we het in de vorige blog hadden. Dit hormoon bereikt de follikel en deze reageert door zichzelf op te blazen, waardoor het eitje de eierstok kan verlaten. De eileiders pikken dit eitje dan op en stuurt het op weg naar eventuele zaadcellen. Dit is het proces van de eisprong. Er is nog 1 ding dat je moet weten over de eicel. Er lijkt een idee te bestaan dat eicellen passief zijn en dat de zaadcellen dus naar de eicel moeten “zwemmen” om te zorgen voor een bevruchting. Eigenlijk klopt hier helemaal niets van. Eicellen en zaadcellen zijn allebei even actief.

De luteale fase
In de luteale fase spelen zich weinig merkbare gebeurtenissen af. Dit betekent dat je niet bloed en dat er geen eisprong plaats vindt, maar dit houdt niet in dat er niets gebeurt in het lichaam. In fase 2 (de luteale fase) is de eicel dus losgemaakt en is het baarmoederslijmvlies weer dik en sterk geworden. In fase 2 is progesteron het belangrijkste hormoon: dit hormoon wordt gemaakt uit de restanten van de gebarsten follikel. De follikel verandert op dit moment van vorm en kleur en wordt nu ‘het gele lichaam’ genoemd. Progesteron betekent ‘voor zwangerschap’ en voert de laatste stappen uit ter voorbereiding op een bevruchtte eicel. Het zorgt er voor dat de baarmoeder niet samentrekt en een eventueel bevruchte eicel uitstoot. Progesteron zorgt er ook voor dat in deze tijd geen follikelstimulerend hormoon wordt aangemaakt en ook het luteïniserend hormoon kan niet worden geproduceerd. Er hoeven namelijk geen nieuwe eicellen te rijpen als er (hopelijk) al een bevruchte eicel onderweg is. Vrijwel altijd eindigt dit in een teleurstelling, tenzij je zwanger blijkt te zijn natuurlijk. Wanneer je niet bevrucht bent zal het gele lichaam het lichaam verlaten en zal er geen progesteron meer worden aangemaakt. Hierdoor kan het rijpen van de eicel opnieuw beginnen en kan er dus ook weer een nieuwe cyclus beginnen.

Zoals je misschien hebt gemerkt is de menstruatiecyclus een ingewikkeld proces, waarbij er veel gebeurt in het lichaam. Zowel merkbaar als niet merkbaar. Eigenlijk is het vrouwelijk lichaam altijd bezig met het voorbereiden op een zwangerschap en het is niet alleen de baarmoeder die zich daarmee bezig houdt. Onze hersenen werken hier ook aan mee.

Naar het overzicht
Terug naar overzicht