Deel IV: Het wonder daaronder | 3 geslachten?

29-01-2018 | 08:00

De 3 factoren van het geslacht

Wat is een man? Wat is een vrouw? Dit lijken vragen waar een makkelijk antwoord op gegeven kan worden. Een man is een persoon met een penis, een vrouw is iemand met een vagina en borsten. Toch?! Dit klopt niet helemaal. Het woord “geslacht” is een ingewikkeld begrip waar meer factoren in meespelen dan alleen het fysieke deel van het lichaam. Zo wordt in het boek “Het wonder daaronder” van Nina Brochmann & Ellen Støkkendahl gezegd:

“Niet alleen onze geslachtsorganen bepalen of we mannen of vrouwen zijn, net zomin als de vorm van ons lichaam.”

Het boek richt zich op 3 factoren die het geslacht bepalen en deze houden we ook aan in dit blog:
– Genetisch geslacht
– Fysiek geslacht
– Psychologisch geslacht

Het genetisch geslacht
Het genetisch geslacht is de meest ingewikkelde factor van de drie, omdat het hier om DNA gaat. Ons DNA bepaalt welke kleur ogen we krijgen, hoe ons haar eruit ziet, of we een grote of kleine neus krijgen. We gaan hier proberen zo gemakkelijk mogelijk uit te leggen hoe het genetisch geslacht ontstaat. Iedere DNA cel bevat twee dezelfde chromosomen. We hebben in totaal 46 chromosomen van 23 paren. Van ieder paar komt de ene helft van de moeder en de andere helft van de vader. Voor het geslacht is het 23e chromosoom de meest belangrijke. Dat paar bepaalt namelijk of je genetisch een man of een vrouw bent.

Er zijn 2 soorten geslachtschromosomen: het X-chromosoom en het Y-chromosoom.

Vrouwen hebben twee chromosomen van hetzelfde type: XX. Terwijl mannen een XY code hebben, dus twee verschillende chromosomen. De moeder kan nooit een Y-chromosoom weggeven, omdat ze die simpelweg niet heeft. Dit betekent dat wanneer de embryo een mannelijk geslacht heeft, het Y-chromosoom van de vader moet komen. De zaadcellen van de vader bestaan ongeveer voor de helft uit X-chromosomen en de andere helft bestaat uit Y-chromosomen. Wanneer de eicel van de moeder dus samensmelt met een zaadcel van de vader die een X-chromosoom bevat, zal de baby een meisje zijn. Wanneer de vader een Y-chromosoom weggeeft zal de baby een jongen worden. In het boek wordt omschreven:

“Of je een jongen of een meisje krijgt, is puur toeval, elke keer is de kans fifty-fifty.”

Het is ook mogelijk dat er iets mis gaat. Het is mogelijk om geboren te worden met te veel of te weinig geslachtschromosomen. Dan wordt het bijvoorbeeld een XO-code, of een XXX of XXY. Tot welk geslacht behoor je dan? Hiervoor komen de andere twee factoren goed van pas.

Het fysieke geslacht
“Een embryo begint altijd met een geslachtsneutraal onderlichaam, waarin zich zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtsorganen kunnen ontwikkelen, en de inwendige geslachtsorganen van het embryo kunnen net zo goed testikels als eierstokken worden.” 
Wanneer een embryo tot een jongen ontwikkelt moet er vroeg in de zwangerschap een “tegenbericht” komen. Je vindt namelijk de vrouwelijke vulva bij alle embryo’s en er is testosteron voor nodig om een mannelijk geslacht te ontwikkelen. Dit kan alleen aangemaakt worden door een Y-chromosoom, maar het weefsel van een Y-chromosoom is niet altijd gevoelig voor testosteron. Het komt voor dat een embryo zich fysiek gezien tot een vrouw ontwikkelt, maar genetisch een man is. Dit komt dan doordat de embryo ongevoelig is voor testosteron. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld een kind zonder baarmoeder en met testikels in de lies, in plaats van eierstokken in de buik. Het kan ook zou zijn dat het kind uitwendige geslachtsorganen heeft dat een mix is van een penis en een vulva. Er zijn dus verschillende manieren waarin “chromosoomfouten” zich kunnen ontwikkelen. Bij de geboorte wordt dan vaak de diagnose “interseks” gegeven. Dit betekent “tussen geslachten.” Vroeger werden kinderen die als ‘interseks’ werden geboren vaak geopereerd zodat het meisjes werden. Misschien vraag je je nu af: Waarom meisjes? Chirurgen gingen er in die tijd van uit dat als je een kind opvoed als meisje, het automatisch een meisje was. Dat daarmee het probleem was opgelost. Daarnaast was het voor artsen gemakkelijker een vulva te creëren dan een volgroeide penis en balzak. “De chirurgen, natuurlijk ook mannen, dachten dat je geen goed leven kon hebben met een kleine of maar half werkende penis, terwijl een half werkende vulva voor vrouwen geen probleem was. Want hoe je het ook wendt of keert: Seks was het belangrijkst voor mannen.”
Het enige waar de chirurgen geen rekening mee hielden waren de genetische en psychologische factoren. Zo werden de kinderen fysiek gemaakt als meisje, die genetisch en psychologisch jongen waren. Dat zorgde voor veel problemen en verwoeste levens.

Het psychologische geslacht
Deze facto is lastig uit te leggen, omdat het enorm persoonlijk is. Alleen jij kunt bepalen hoe jij je voelt en wat voor jou het beste is. Vaak wordt het woord “trans” gebruikt in het psychologische geslacht. Maar wat is dat nu precies? “Trans komt uit het Latijn en betekent ‘door,’ ‘kruisen’ of ‘veranderen,’ zoals in ‘transcenderen.’ Het begrijp trans wordt gebruikt voor iemand die zicht identificeert met het andere geslacht dan waartoe hij of zij genetisch en lichamelijk behoort. Je kunt je ook trans noemen als je je niet met een bepaald geslacht identificeert.” De meeste transgenders weten al van kinds af aan dat ze zich niet thuis voelen bij het geslacht dat hun lichaam heeft. Het is belangrijk dat hier over gepraat kan worden. Dit kan eventueel ook met een arts. Op die manier kan er worden gekeken naar de mogelijkheden die het kind heeft. Het geslacht is dus niet zo gemakkelijk als we vaak denken, maar gelukkig wordt er wel steeds meer over gepraat.

Naar het overzicht
Terug naar overzicht