Op de dag van de borstvergroting kunt u zich melden bij de receptie. U bent verplicht uw legitimatie mee te nemen. Let op: de betaling van uw behandeling dient uiterlijk 4 weken van tevoren voldaan te zijn.

Een verpleegkundige neemt u vervolgens mee naar een ruimte waar u zich kunt uitkleden. U krijgt een operatiehemd om aan te trekken. Voor de operatie heeft u een gesprek met de plastisch chirurg waarin u de laatste vragen kunt stellen. Zo nodig worden er foto’s gemaakt en wordt het te opereren gebied afgetekend. De arts controleert nogmaals of het medisch gezien verantwoord is om de operatie uit te voeren, dit is een standaardprocedure. Afhankelijk van het resultaat zal de operatie wel of niet plaatsvinden.

Plaatsing van het implantaat

  1. Plaatsing onder de borstspier
    Plaatsing onder de borstspier betekent dat de prothese wordt bedekt met een extra spierlaag. De kans dat de rand van de prothese gevoeld wordt, wordt aanzienlijk kleiner. De prothese wordt echter door de spier gefixeerd, waardoor de prothese minder meebeweegt met de borst. Ook voelt de borst iets harder aan door de druk van de spier op de prothese, in vergelijking met een prothese die op de spier geplaatst wordt. Als u ligt, blijft de borst meer rechtop staan. De split tussen beide borsten is minder uitgesproken, omdat de protheses minder ver naar het midden kunnen worden geplaatst. Sommige vrouwen hebben hierdoor het idee dat de borsten verder uit elkaar staan. Als u kracht uitoefent met de borstspier, verandert de vorm van de borst een beetje. Grotere volumes (boven de 300 cc) blijven echter beter op hun plek bij een plaatsing onder de borstspier. Deze manier van plaatsen geeft ongemak tot ongeveer twee weken na de ingreep.
     
  2. Plaatsing op de borstspier
    Plaatsing net onder de borst is de meest natuurlijke methode. De prothese kan namelijk met de borst meebewegen en dit geeft een natuurlijk effect. Als u een dunne huid hebt of weinig borstklierweefsel, kan de rand van de prothese soms voelbaar zijn. Bij een vloeibare vulling, kunnen rimpels zichtbaar worden in de prothese. Deze rimpels zijn voornamelijk aan de bovenkant zichtbaar en voelbaar. Deze manier van plaatsen geeft ongeveer vijf dagen ongemak.
     
  3. Plaatsing tussen de borstspier
    Onlangs is een nieuwe methode ontwikkeld die de voordelen van bovenstaande methodes probeert te combineren. De vezeltjes van de borstspier worden hierbij in tweeën verdeeld. De prothese wordt geplaatst in de spleet die hierdoor ontstaat. Dit betekent dat de prothese tussen de borstspier wordt ingeschoven. Op deze manier is de bovenrand bedekt, maar heeft de prothese de ruimte om zich soepel en vrij te bewegen. Als de borstspier wordt aangespannen, vervormt de borst minimaal. Doordat de borstspier minder losgemaakt moet worden, heeft u na de ingreep minder ongemak in vergelijking met plaatsing onder de borstspier. De spier drukt alleen tegen de bovenkant van de prothese aan, daardoor wordt een ronde prothese druppelvormig of anatomisch gemaakt. Deze methode is vaak niet te onderscheiden van een anatomisch implantaat. Als u voor een ronde prothese kiest, bestaat er geen kans dat de protheses gaan draaien. Het complicatierisico ligt hierdoor dus lager.
Voorbereidingen

 

  • Schaft u een postoperatieve beha aan.
  • Zorgt u er voor dat u 1000mg paracetamol zetpillen in huis heeft.
  • Indien u een recept heeft gekregen voor trombose profylaxe, haalt u dat dan een dag van te voren in huis. Start u hiermee op de avond voor de operatie, tenzij uw arts iets anders voorschrijft.
  • Probeert u de operatiedag uitgerust en ontspannen in te gaan.
  • Eet en drinkt u acht uur voor de operatie niets meer. Ook geen water, tenzij de arts u anders heeft geadviseerd.
  • Probeert u bij voorkeur niet te roken of dit tot een minimum te beperken. Roken heeft een nadelige invloed op de narcose.
  • Drinkt u een week voor en een week na de operatie geen alcohol. 
  • Als uw algehele gezondheid is veranderd, brengt u ons hiervan op de hoogte voordat de operatie plaatsvindt.
  • De arts en anesthesist dienen op de hoogte te zijn van eventueel medicijngebruik. Neemt u een lijst mee van de medicijnen die u gebruikt.
  • Draagt u kleding die ruim valt en soepel zit, en neemt u slippers en een badjas mee.
  • Laat uw sieraden thuis en doet u alle oorbellen en piercings uit.
  • Draagt u geen make-up of nagellak (ook niet op harsnagels).
  • Verwijdert u alles wat los in of op uw lichaam zit, zoals: een kunstgebit of andere loszittende protheses in de mond, contactlenzen, of een gehoorapparaat.