Via een kleine snede in de oksel, aan de rand van de tepelhof of ter hoogte van de plooi onder de borsten, kunnen borstprothesen worden ingebracht die meestal achter de borstspier geplaatst worden.

Bij transgender vrouwen worden er meestal prothesen met een wat bredere basis gekozen. Ze worden zo dicht mogelijk bij elkaar in het midden ingebracht. Door de natuurlijke ligging van de tepels (iets naar buiten) en de iets bredere borstkas kan het vaak niet anders dat de borsten uiteindelijk ietsjes verder uit elkaar liggen in vergelijking met een biologische vrouw.